Planeten fotograferen werkt anders dan andere astrofotografie. Je maakt geen lange belichting, maar filmt de planeet een paar minuten en laat software de scherpste beelden uitzoeken. Met een telescoop van 13 tot 20 cm opening en een kleine planeetcamera zie je dan de wolkenbanden van Jupiter, de ringen van Saturnus en donkere gebieden op Mars. In februari 2027 staan Jupiter en Mars binnen acht dagen van elkaar in oppositie, en allebei hoog aan de Nederlandse hemel. Op deze pagina lees je wat je nodig hebt en hoe je het aanpakt.
Waarom werkt planeten fotograferen anders?
Planeten zijn klein en helder. Jupiter is in februari 2027 ongeveer 45 boogseconden groot, Mars nog geen 14. De volle maan is ter vergelijking ruim 1800 boogseconden. Om er detail op te zien, heb je een lange brandpuntsafstand nodig, en dan krijg je last van de atmosfeer. De lucht boven je trilt, waardoor het beeld van moment tot moment verschuift en vervaagt.
De oplossing heet lucky imaging. Je filmt de planeet met een snelle camera, honderd of meer beelden per seconde. Tussen al die beelden zitten momenten waarop de lucht even stil was. Software zoekt die scherpe beelden uit en legt ze op elkaar. Zo haal je uit een trillend beeld toch fijn detail. Hoe dat stapelen werkt, lees je in What is stacking in astrophotography.
Wanneer staan de planeten in 2027 gunstig?
| Planeet | Oppositie | Grootte | Wanneer en waar |
|---|---|---|---|
| Jupiter | 11 februari 2027 | ongeveer 45 boogseconden | In het sterrenbeeld Leeuw, rond middernacht ruim 50 graden hoog in het zuiden. Goed te fotograferen van december tot in april. |
| Mars | 19 februari 2027 | ongeveer 14 boogseconden | Ook in de Leeuw, niet ver van Jupiter. Klein, dus vooral iets voor telescopen vanaf 15 cm opening. Het best van eind januari tot half maart. |
| Saturn | 18 oktober 2027 | ongeveer 19 boogseconden, zonder de ringen | Begin 2027 laag in het westen na zonsondergang, daarna verdwijnt hij achter de zon. De ringen staan nog vrij smal. |
Saturnus is deze winter dus niet het doel, Jupiter en Mars wel. Dat die twee in februari zo hoog staan, is een groot voordeel: je kijkt door minder atmosfeer dan wanneer een planeet laag boven de horizon hangt.
Wat heb je nodig om planeten te fotograferen?
- Een telescoop met een lange brandpuntsafstand. A Maksutov or Schmidt-Cassegrain is daar van nature voor gemaakt. Een Newton of Dobson werkt ook, met een Barlowlens om de brandpuntsafstand te verlengen. Hoe groter de opening, hoe fijner het detail dat erin zit.
- Een montering die meedraait. De planeet beslaat maar een klein deel van de sensor en schuift zonder volgmotor binnen een paar seconden uit beeld. Een gemotoriseerde montering of een GoTo-Dobson houdt hem in beeld.
- Een planeetcamera. Een kleine kleurencamera met kleine pixels die veel beelden per seconde maakt, aangesloten op je laptop. Je vindt ze bij de kleurencamera’s voor astrofotografie.
- Een Barlowlens om de juiste vergroting te halen. Vuistregel: het f-getal van je opstelling is ongeveer vijf keer de pixelgrootte van je camera in micrometer. Bij pixels van 2,9 micrometer kom je dan rond f/15 uit. Een Maksutov van f/12 zit daar zonder Barlow al dicht bij, een Newton van f/5 heeft een 3x Barlow lens needed.
- Een UV/IR-filter. Veel kleurplaneetcamera’s hebben alleen een beschermglas zonder IR-blokkering. Zonder UV/IR-cut filter worden je beelden zacht en krijgen ze een roze zweem.
- Een laptop met gratis software: SharpCap of FireCapture om op te nemen, AutoStakkert! om te stapelen en RegiStax om te verscherpen.
Kun je planeten ook met je telefoon of een spiegelreflexcamera fotograferen? Het kan, maar het resultaat blijft beperkt. Een telefoon achter het oculair legt Jupiter vast als een schijfje met twee banden en vier maantjes. Een spiegelreflex- of systeemcamera met een filmstand in uitsnede komt verder, maar een planeetcamera maakt meer beelden per seconde en wordt daardoor duidelijk scherper. Hoe je een camera aan je telescoop koppelt, lees je in Connecting the camera to your telescope.
Hoe maak je de opname?
- Laat de telescoop afkoelen. Zet hem minstens een half uur buiten, een grote Newton liever een uur. Een warme telescoop geeft een trillend beeld. Heb je een Newton, controleer dan ook de uitlijning van de spiegels. Hoe dat gaat, lees je in telescope collimation.
- Zet de planeet in het midden. Doe dat eerst met een oculair en zet daarna pas de camera erin. Het beeldveld van een planeetcamera is klein, dus de planeet moet echt in het midden staan.
- Stel heel nauwkeurig scherp. Draai langzaam heen en weer rond het scherpe punt. Gebruik een maantje van Jupiter of de rand van de planeet als houvast.
- Kies je instellingen. Een korte belichting van 5 tot 15 milliseconden, de versterking (gain) zo dat de planeet in het histogram rond 60 tot 70 procent uitkomt, en een klein uitsnedevenster rond de planeet zodat de camera sneller kan filmen. Sla op als SER-bestand.
- Film niet te lang. Jupiter draait in iets minder dan tien uur om zijn as. Houd een video daarom op twee tot drie minuten, anders smeert het detail uit. Bij Mars, die er ruim 24 uur over doet, kan het langer.
- Maak meerdere video’s. De lucht verandert de hele avond. Van tien opnames is er vaak één duidelijk beter dan de rest.
Hoe verwerk je de video’s?
- PIPP zet de planeet in elk beeld in het midden en gooit lege of mislukte beelden weg.
- Auto Strike! zoekt de scherpste beelden en stapelt ze. Begin met de beste 10 tot 25 procent.
- RegiStax verscherpt met wavelets. Ga voorzichtig te werk: te veel verscherpen geeft ringen rond de planeet en ruis.
- Kleurbalans en contrast zet je daarna recht in je fotoprogramma.
Wil je verder, dan kun je met het gratis programma WinJUPOS meerdere video’s van Jupiter samenvoegen en de draaiing van de planeet wegrekenen. Zo kun je langer opnemen zonder dat het detail uitsmeert. Een overzicht van deze programma’s staat in onze explanation of astrophotography software.
Wil je dit stap voor stap leren?
Wido Oerlemans laat in zijn Planetary Imaging Masterclass precies dit proces zien: van de keuze van telescoop en camera tot opnemen in SharpCap, stapelen in PIPP en AutoStakkert! en verscherpen in RegiStax. Het zijn zes lessen, samen ruim drie uur, en alle software die hij gebruikt is gratis. De eerste les kun je gratis bekijken. Meer informatie vind je op onze pagina over de online course in astrophotography.
Veelgestelde vragen over planeten fotograferen
Kan ik met een Seestar of een andere slimme telescoop ook planeten fotograferen?
Je krijgt ze wel in beeld, maar veel detail haal je er niet uit. Slimme telescopen zoals de Seestar zijn gebouwd voor nevels, sterrenstelsels en sterrenhopen. Voor planeten zijn hun kleine opening en korte brandpuntsafstand te beperkt: Jupiter en Saturnus blijven kleine bolletjes. Heb je al een gewone telescoop met een flinke opening, dan zit de winst eerder in een planeetcamera dan in een andere slimme telescoop.
Waarom zie ik bij Saturnus geen brede ring zoals op foto’s?
Omdat we de ringen nu bijna van de zijkant zien. In 2025 stonden ze precies op hun kant, en sindsdien kantelen ze elk jaar iets verder open. Veel foto’s die je in groepen en op sociale media ziet, zijn gemaakt in eerdere jaren, toen de ringen wijd openstonden. Met een kleine telescoop zie je Saturnus nu als een schijfje met een smalle ring eromheen, lang niet zo breed als op die foto’s.
Read more
Wat je van de planeten ziet als je zelf door het oculair kijkt, lees je in Jupiter through a telescope, Mars through a telescope and Saturn through a telescope. Wil je eerst oefenen op een groter en makkelijker doel, begin dan met Photographing the Moon: het filmen en stacken werkt precies hetzelfde.





