De maan door een telescoop is voor bijna iedereen het eerste wat ze bekijken, en vaak ook het mooiste. Je hoeft er niet voor naar een donkere plek, je vindt hem zonder zoeken en zelfs een kleine telescoop laat honderden kraters zien. Op deze pagina lees je wat je van de maan kunt verwachten, welke vergroting je nodig hebt, wanneer je het best kijkt en welke kraters en gebergtes je als eerste opzoekt.
Wil je weten welke fase de maan vanavond heeft? Kijk dan in onze maankalender.
Wat zie je van de maan door een telescoop?
Met het blote oog zie je lichte en donkere vlekken. De donkere vlakten zijn de maanzeeën: grote vlaktes van gestold lava. De lichte delen zijn hooglanden, bezaaid met kraters.
Door een telescoop verandert dat beeld meteen. Al bij een lage vergroting zie je kraters in alle maten, bergketens die lange schaduwen werpen en een scherpe lijn tussen dag en nacht op de maan. Die lijn heet de terminator. Daar staat de zon laag aan de maanhemel, waardoor elke heuvel en kraterrand een schaduw geeft. Op die plek zie je het meeste reliëf.
Hoe fijn het detail wordt, hangt af van de opening van je telescoop. Een lenzentelescoop van 70 tot 90 mm laat de grote kraters met hun centrale bergtoppen al goed zien. Met 130 tot 200 mm opening komen kleine kratertjes, rillen (lange geulen in het oppervlak) en details op kraterbodems in beeld. Ter vergelijking: een telescoop met 100 mm opening onderscheidt op de maan in theorie details van ruim twee kilometer. Daarom zie je de achtergelaten Apollo-landers met geen enkele telescoop op aarde: die zijn maar een paar meter groot.
Welke vergroting heb je nodig voor de maan?
De vergroting reken je uit door de brandpuntsafstand van je telescoop te delen door die van je oculair. Een telescoop van 900 mm met een oculair van 25 mm vergroot dus 36 keer, met een oculair van 10 mm 90 keer. Meer over oculairs lees je in onze oculair uitleg.
Voor de maan werken deze vergrotingen goed:
| Vergroting | Wat je ziet |
|---|---|
| 30 tot 50 keer | De hele maan in beeld, met de maanzeeën en de grootste kraters. Een fijne start om je te oriënteren. |
| 80 tot 120 keer | Een deel van de maan vult het beeld. Kraters met centrale toppen, bergketens en de schaduwen langs de terminator. |
| 150 tot 200 keer | Kleine kraters, rillen en details op kraterbodems. Werkt alleen bij rustige lucht. |
| Boven de 200 keer | Alleen zinvol met een grote telescoop en een heel rustige atmosfeer, en die heb je in Nederland niet vaak. |
Twee vuistregels helpen. De hoogste bruikbare vergroting ligt rond twee keer de opening in millimeters, dus ongeveer 180 keer bij een telescoop van 90 mm. En de atmosfeer bepaalt vaak meer dan je telescoop: trilt het beeld, ga dan juist een stap terug in vergroting. Een scherp beeld op 100 keer laat meer zien dan een wazig beeld op 200 keer.
Met een Barlowlens verdubbel of verdrievoudig je de vergroting van de oculairs die je al hebt. Een zoomoculair is voor de maan ook handig: je draait traploos van overzicht naar detail, zonder te wisselen.
Hoe hoger de vergroting, hoe sneller de maan uit beeld schuift. Dat komt door de draaiing van de aarde. Zonder volgmotor duw je de telescoop dus af en toe een stukje bij, bij 100 keer vergroting ongeveer elke minuut.
Wanneer is de maan het mooist door een telescoop?
Niet bij volle maan, al denken veel mensen van wel. Bij volle maan valt het zonlicht recht op de maan en verdwijnen bijna alle schaduwen. Het beeld is dan fel en plat. De mooiste nachten zijn die rond het eerste en laatste kwartier, als de terminator over het midden van de maan loopt.
- Eerste kwartier: ongeveer zeven dagen na nieuwe maan. De maan staat ’s avonds aan de hemel, dus dit is het makkelijkste moment om te kijken.
- Laatste kwartier: ongeveer zeven dagen na volle maan. De maan komt rond middernacht op en staat ’s ochtends hoog.
- Smalle sikkel: kort na nieuwe maan, laag in het westen na zonsondergang. Mooi om het donkere deel van de maan zwak verlicht te zien door zonlicht dat de aarde terugkaatst. Dat heet aardschijn.
Elke avond schuift de terminator een stukje op. Kijk je meerdere avonden achter elkaar, dan zie je steeds andere kraters in het scherpste licht. Ook het seizoen speelt mee: in het voorjaar staat de maan rond het eerste kwartier ’s avonds hoog aan de hemel, in de herfst geldt dat voor het laatste kwartier in de ochtend. Hoe hoger de maan staat, hoe minder lucht je doorkijkt en hoe rustiger het beeld.
Zet je telescoop een half uur voordat je gaat kijken buiten, zodat hij kan afkoelen. Een warme telescoop in koude lucht geeft een trillend beeld, ook als de lucht verder rustig is.
Welke kraters en gebergtes zoek je als eerste op?
Dit zijn goede eerste doelen. Tussen haakjes staat de leeftijd van de maan in dagen na nieuwe maan waarop ze het mooist zijn, omdat de terminator er dan vlakbij loopt. Die leeftijd zie je in vrijwel elke maan- of sterrenhemel-app.
- Theophilus, Cyrillus en Catharina (dag 5 tot 6): drie grote kraters op een rij aan de rand van de Nectarzee. Theophilus heeft een opvallende centrale bergtop.
- De Apennijnen (dag 7 tot 8): een bergketen van honderden kilometers langs de rand van de Regenzee. Rond het eerste kwartier werpen de toppen lange schaduwen.
- Plato (dag 8): een ronde krater met een opvallend donkere, vlakke bodem aan de noordrand van de Regenzee.
- De Rechte Muur (dag 8 en dag 22): een breuklijn van ruim 100 kilometer die er bij schuin licht uitziet als een scherpe streep. Een mooie test voor je telescoop.
- Clavius (dag 8 tot 9): een van de grootste kraters, met een boog van kleinere kraters op de bodem.
- Copernicus (dag 9 tot 10): een jonge, scherp getekende krater met wanden die in terrassen naar beneden lopen.
- Sinus Iridum (dag 10 tot 11): een halfronde baai aan de Regenzee. Als de ochtendzon de bergrand al raakt terwijl de baai nog in het donker ligt, zie je een lichtende boog.
- Tycho (rond volle maan): bij volle maan verdwijnt het reliëf, maar dan lopen er vanaf Tycho lichte stralen over een groot deel van de maan. Dat is het moment om juist naar die stralen te kijken.
De maan schommelt een beetje in zijn baan. Daardoor zie je aan de randen de ene maand net iets meer dan de andere, en kunnen kraters vlak bij de rand er steeds wat anders uitzien.
Heb je een maanfilter nodig?
Voor je ogen is het niet nodig: naar de maan kijken is altijd veilig, ook zonder filter. Maar door een telescoop met veel opening is vooral een bijna volle maan zo fel dat hij verblindt en je oog daarna even nodig heeft om weer aan het donker te wennen. Een maanfilter dempt dat licht en geeft meer contrast. Welk filter bij jouw telescoop past, lees je in onze gids de beste maanfilter voor je telescoop. De filters zelf vind je bij de maan- en planetenfilters.
Een maanfilter is geen zonnefilter. Richt je telescoop nooit op de zon zonder een speciaal zonnefilter voor de opening. Hoe dat veilig kan, lees je in de zon door een telescoop.
Welke telescoop is geschikt om de maan te bekijken?
Eigenlijk elke telescoop. De maan is zo helder en groot dat ook een eenvoudige telescoop een mooi beeld geeft. Wel verschilt wat je eruit haalt:
- Een lenzentelescoop geeft een scherp beeld met veel contrast en is snel klaar voor gebruik.
- Een Dobson-telescoop heeft veel opening voor zijn prijs en laat meer kleine kraters zien. Bij volle maan wordt het beeld wel erg fel.
- Een Maksutov-telescoop heeft een lange brandpuntsafstand en haalt makkelijk hoge vergrotingen, ideaal voor details langs de terminator.
- Een slimme telescoop laat de maan zien op je telefoon of tablet in plaats van door een oculair.
Twijfel je welk type bij je past? Onze telescoop koopgids voor beginners zet de verschillen op een rij.
Veelgestelde vragen over de maan door een telescoop
Ik zie de maan met het blote oog, maar vind hem niet in de telescoop. Wat gaat er mis?
Meestal staat de zoeker nog niet goed uitgelijnd met de telescoop. Doe dat overdag: richt de telescoop met het oculair van 25 mm op een ver object, zoals een kerktoren, en stel scherp. Draai daarna aan de stelschroefjes van de zoeker tot hetzelfde object precies op het kruis staat. Wat ’s avonds op het kruis van de zoeker staat, staat dan ook in je oculair. Begin altijd met het oculair met het grootste getal, want dat geeft het breedste beeld. Meer oplossingen lees je in waarom zie ik niks door mijn telescoop.
Wat maakt een Barlowlens uit ten opzichte van een oculair met een kleiner getal?
Een Barlowlens vervangt geen oculair. Het is een tussenstuk dat de vergroting van elk oculair verdubbelt (bij een 2x Barlow) of verdrievoudigt (bij een 3x Barlow). Op een telescoop van 900 mm wordt een oculair van 25 mm met een 2x Barlow dus 72 keer in plaats van 36 keer. Een kort oculair van 5 mm komt op dezelfde telescoop op 180 keer uit. Dat is voor een telescoop van 90 mm al de grens van wat zinvol is, en bij onrustige lucht te veel. Voor de maan is een 2x Barlow met de oculairs die je al hebt meestal de beste eerste stap.
Verder lezen
Wil je de maan vastleggen? In maan fotograferen lees je hoe dat met je telefoon, camera of telescoop werkt. De andere hemellichamen uit deze reeks vind je in Jupiter door een telescoop, Saturnus door een telescoop, Mars door een telescoop en de zon door een telescoop. Een maansverduistering is een verhaal apart: wanneer de volgende is en hoe je hem bekijkt, lees je in maansverduistering.





