De sterrenhemel oktober 2026 draait om één planeet: Saturnus, die op 4 oktober in oppositie staat en daarmee de hele maand op zijn helderst en grootst is. Daaromheen valt genoeg te beleven: een donker venster van ruim een week rond de nieuwe maan van 10 oktober, Jupiter en Mars die in de ochtend naar elkaar toe kruipen, de Orioniden op de ochtenden van 21 en 22 oktober en, na het einde van de zomertijd op 25 oktober, avonden die al rond 19:00 uur helemaal donker zijn. Begin oktober moet je daar nog tot ruim 21:00 uur op wachten. In deze gids lees je wat je met het blote oog ziet en waar je een verrekijker of telescoop voor pakt.
De maanfasen van oktober 2026
De maan bepaalt hoe donker je nachten zijn, dus plan je sessies rond deze data:
| Laatste kwartier | zaterdag 3 oktober |
| Nieuwe maan | zaterdag 10 oktober, 17:50 uur |
| Eerste kwartier | zondag 18 oktober |
| Volle maan (jagersmaan) | maandag 26 oktober, 05:12 uur (wintertijd) |
De volle maan van 26 oktober is de jagersmaan: de eerste volle maan na de oogstmaan van september. Twee dagen later, op 28 oktober, staat de maan in het perigeum, het punt van haar baan dat het dichtst bij de aarde ligt (364.407 km). Ze oogt deze nachten dus iets groter en helderder dan gemiddeld. Wil je de rest van het jaar vooruitkijken, met opkomsttijden en maannamen? Die vind je in onze maankalender. Bekijk je de volle maan door een telescoop, gebruik dan een maanfilter: zonder filter is het beeld zo fel dat je nachtzicht direct weg is.
Saturnus in oppositie: de planeet van de maand
Op zondag 4 oktober om 14:29 uur staat Saturnus in oppositie: de aarde staat dan precies tussen de zon en Saturnus in. Dat betekent drie dingen voor jou als waarnemer. Saturnus komt op als de zon ondergaat en staat de hele nacht aan de hemel. Hij staat op zijn dichtst bij de aarde, ruim 1,26 miljard kilometer, en is daardoor op zijn helderst (magnitude +0,3) en grootst (19,7 boogseconden). En rond de oppositie lichten de ringen een paar dagen extra op, doordat de ringdeeltjes hun eigen schaduw dan precies achter zich verbergen.
Je vindt Saturnus zodra het donker is als heldere, geelwitte “ster” laag in het oosten, in het grensgebied van de Walvis en de Vissen. Begin oktober staat hij rond 01:35 uur op zijn hoogst, zo’n 40° boven de zuidelijke horizon; eind oktober is dat al rond 22:40 uur (wintertijd). Kijk bij voorkeur laat op de avond, als hij hoog staat en het beeld rustiger is.
Extra interessant dit jaar zijn de ringen. In 2025 stonden ze vrijwel op hun kant en waren ze weken lang nauwelijks te zien. Sindsdien kantelen ze weer open: in oktober 2026 kijken we onder een hoek van ruim 7° op de ringen. Dat is nog smal, maar duidelijk herkenbaar als ring, en elk jaar tot 2032 wordt het beeld mooier.
Wat zie je waarmee? Met een verrekijker van 10x zie je dat Saturnus geen rond puntje is maar een langgerekt vlekje: dat zijn de ringen. Elke telescoop vanaf ongeveer 70 mm opening laat de ring los van de planeet zien. Met een Dobson telescoop van 150 of 200 mm zie je bij rustige lucht ook de grootste maan Titan als “sterretje” naast de planeet, de schaduw van de bol op de ringen (die in de weken na de oppositie weer tevoorschijn komt) en op een goede nacht de donkere Cassini-scheiding in de ring. Drie tips: zet je telescoop een half uur van tevoren buiten zodat de buis op temperatuur is, gebruik een vergroting tussen 100x en 200x, en wacht tot Saturnus hoog staat.
Wie de planeet nog nooit heeft opgezocht, krijgt op zaterdag 24 oktober hulp: dan staat de bijna volle maan (97%) zo’n 6° van Saturnus. Rond 20:00 uur staan ze hoog genoeg in het oosten om ze makkelijk te vinden. In dezelfde hoek van de hemel staat Neptunus, die op 26 september in oppositie stond. Met magnitude +7,8 heb je er een telescoop of smart telescope voor nodig, en begin oktober, zonder storende maan, is hij beter te doen dan op de oppositiedatum zelf.
Het donkere venster: 5 tot en met 15 oktober
Rond de nieuwe maan van 10 oktober liggen de donkerste nachten van de maand, en dat is de periode voor deep-sky. Vroeg op de avond staat de Melkweg nog van het zuidwesten door het zenit naar het noordoosten, met de Zwaan hoog boven je. Later op de avond neemt de herfsthemel het over: het Herfstvierkant van Pegasus staat in het zuiden, Andromeda erboven, en in het oosten komen de Pleiaden op, het eerste teken van de winterhemel.
De Andromedanevel (M31) staat in oktober beter dan in welke andere maand. Begin oktober staat hij rond 01:30 uur bijna in het zenit, op 79° hoogte; eind oktober al rond 22:45 uur (wintertijd). Vanaf een donkere plek zie je hem met het blote oog als vaag vlekje, met een astronomische verrekijker als langgerekte lichtvlek met een heldere kern, en door een telescoop ontdek je de twee begeleidende stelsels M32 en M110. Hoe je hem stap voor stap vindt, lees je in onze gids over de Andromedanevel bekijken. Vlak ernaast staat de Driehoeknevel (M33), een van de lastigste “makkelijke” objecten: groot en zwak, dus zoek hem met een verrekijker of op de laagste vergroting, en alleen onder een echt donkere hemel.
In Perseus staat de Dubbelcluster (NGC 869 en 884): twee open sterrenhopen die in één verrekijkerbeeld passen en op lage vergroting in een telescoop tot de mooiste gezichten van het najaar horen. Ben je op een echt donkere plek en vroeg wakker? Tussen ongeveer 5:00 en 6:00 uur zie je in het oosten het zodiakale licht, een zwakke lichtkegel die schuin omhoog loopt langs de ecliptica. Vanaf 8 oktober heb je daarbij geen last meer van de maan. Oktober is voor Nederland en België een van de beste maanden hiervoor.
Nog een bijzonder doel: op 13 oktober staat de planetoïde Vesta in oppositie, in de Walvis, niet ver van Saturnus. Met magnitude +6,4 is Vesta de helderste planetoïde en met een gewone verrekijker goed te vinden. Je hebt wel een kaartje of app nodig, want ze ziet eruit als een gewoon sterretje. Kijk twee avonden na elkaar en je ziet haar verplaatsen tussen de sterren.
Wil je M31, M33 en de Dubbelcluster vastleggen in plaats van alleen bekijken? Dan is dit venster de beste periode van de maand voor een smart telescope: ruim een week zonder storend maanlicht.
Jupiter en Mars in de ochtend, met de maan op 5 en 6 oktober
Jupiter is het helderste object van de late nacht (magnitude −1,7 tot −1,9). Hij staat in de Leeuw, rechtsboven Regulus, en komt begin oktober rond 3:00 uur op; eind oktober al rond 0:30 uur (wintertijd). Op de ochtend van dinsdag 6 oktober staat de afnemende maansikkel (22%) op zo’n 3° van Jupiter: kijk tussen 5:30 en 6:30 uur in het oosten. Met een verrekijker zie je de vier Galileïsche manen als stipjes op een rij, door een telescoop de wolkenbanden.
Mars staat een stuk rechtsboven Jupiter, in de Kreeft (eind oktober in de Leeuw), en is nog bescheiden: magnitude +1,1 (eind oktober +0,9) en een schijfje van 5,5 tot 6,5 boogseconden, te klein voor detail. Op de ochtend van maandag 5 oktober staat de maan (32%) er ongeveer 1° vandaan, een mooi moment om Mars te leren vinden. Let de rest van de maand op hoe Mars richting Jupiter schuift: op 16 november staan de twee ruim een graad van elkaar, vlak bij de Sikkel van de Leeuw. Daarover meer in het novemberoverzicht.
Venus en Mercurius: deze maand niet te zien
Venus stond in september nog laag in de avondschemering, maar in oktober is ze vanuit Nederland en België niet te zien: ze gaat vanaf begin oktober tegelijk met of zelfs vóór de zon onder. Op zaterdag 24 oktober om 05:45 uur staat Venus in benedenconjunctie: ze passeert op 40,8 miljoen kilometer tussen de aarde en de zon door (6,5° ten zuiden van de zon, dus geen overgang) en wisselt van de avondhemel naar de ochtendhemel. Richt nooit een telescoop of verrekijker op Venus als ze zo dicht bij de zon staat. Begin november duikt ze als morgenster op in het oosten.
Mercurius bereikt op 12 oktober zijn grootste oostelijke elongatie, maar staat vanuit onze streken aan het einde van de schemering al onder de horizon. Deze verschijning sla je over.
Orioniden: vallende sterren op 21 en 22 oktober
De Orioniden zijn stofdeeltjes van de komeet Halley. De piek valt rond 21 oktober, maar de zwerm heeft een brede piek: de ochtenden van woensdag 21 en donderdag 22 oktober zijn allebei goed, en de dagen eromheen doen weinig onder. Het zijn snelle meteoren, vaak met een nalichtend spoor. Onder een perfecte hemel zou je er zo’n 20 per uur zien; in de praktijk, met de radiant in Orion op 54° hoogte rond 6:00 uur, kom je buiten de stad eerder uit op zo’n 10 per uur, plus wat sporadische meteoren.
Het probleem dit jaar is de maan, die al voor 70 tot 80% verlicht is. Op de ochtend van 21 oktober gaat ze om 02:10 uur onder, op de ochtend van 22 oktober om 03:26 uur. Kijk dus na maanondergang tot een uur of zes, daarna wordt het te licht. Richt je blik niet recht op Orion maar een stuk ernaast, hoog in het zuidoosten, en zoek een plek zonder straatverlichting: buiten de stad zie je grofweg vier keer zoveel meteoren als erbinnen. Een ligstoel en warme kleding zijn belangrijker dan een telescoop.
De Draconiden pieken in de nacht van donderdag 8 op vrijdag 9 oktober, dit jaar zonder storende maan. Kijk vooral op de avond van de 8e, want dan staat de radiant in de Draak het hoogst. Verwacht er weinig van (een handvol per uur), maar deze zwerm heeft vaker verrast. Alle grote zwermen van het jaar staan in onze gids over de Perseïden en andere meteorenzwermen.
25 oktober: einde van de zomertijd
In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat om 03:00 uur de klok een uur terug naar 02:00 uur wintertijd. Voor sterrenkijkers is dat een cadeau: eind oktober is het al rond 19:00 uur helemaal donker, waar je begin oktober tot ruim 21:00 uur moest wachten. Alle tijden na 25 oktober in dit artikel zijn wintertijd.
Nacht van 27 op 28 oktober: de maan schuift voor de Pleiaden
Twee dagen na volle maan schuift de maan langs het Zevengesternte. Vanuit Utrecht verdwijnen drie sterren van de Pleiaden achter de verlichte maanrand: Celaeno om 01:26 uur, Taygeta om 01:33 uur en Maia om 01:57 uur. Tussen 02:13 en 02:47 uur komen ze weer tevoorschijn aan de smalle donkere rand. Elders in Nederland en België verschuiven de tijden een paar minuten en kan het net andere sterren raken. De maan staat dan 62° hoog en is voor 95% verlicht, dus het is even zoeken, maar in een telescoop op lage vergroting of een verrekijker op statief zie je de sterren één voor één uit het niets opduiken.
Wat heb je nodig voor de oktoberhemel?
- Alleen je ogen: Saturnus als heldere “ster” in het oosten, de jagersmaan, de Orioniden op de ochtenden van 21 en 22 oktober en de samenstanden van de maan met Mars en Jupiter op 5 en 6 oktober.
- Verrekijker: de Andromedanevel, de Dubbelcluster, de Pleiaden, Vesta, de manen van Jupiter en de maan voor de Pleiaden op 28 oktober. Een 10×50 op een statief is genoeg om te beginnen.
- Telescoop: de ringen van Saturnus, Titan, de wolkenbanden van Jupiter en Neptunus. Een Dobson geeft per euro de meeste opening en dus het meeste detail.
- Smart telescope: foto’s van M31, M33 en de Dubbelcluster in het donkere venster van 5 tot en met 15 oktober.
Twijfel je welk instrument bij jou past? Onze beginnersgids zet de keuzes op een rij, en telefonisch, per mail of via WhatsApp denken we graag met je mee. Veel plezier onder de oktoberhemel, en hopelijk veel heldere nachten.







